TERUG
Huwelijk
Meer bruidsparen laten huwelijk inzegenen
Org.Nederland
‘Vaak hoef je niet eens lid van een kerk te zijn - als je maar betaalt’
Meer bruidsparen laten huwelijk inzegenen
Leeuwarden - Steeds meer mensen laten hun huwelijk kerkelijk inzegenen. Terwijl ze steeds vaker nauwelijks binding hebben met de kerk. Dan wordt de huwelijksinzegening meer een voorstelling dan een liturgie - met alle communicatiestoornissen van dien.


Door Hanneke Goudappel.
Bruidsparen willen hun huwelijk vaker kerkelijk laten inzegenen, bleek onlangs uit een enquête van Bruid & Bruidegom Magazine, dat sinds 1992 onderzoek doet naar ontwikkelingen op het gebied van trouwen. 53 procent van de 2500 stellen die aan de enquête meededen geeft aan een kerkelijke inzegening belangrijk te vinden. In 2003 gaf slechts 38 procent aan het huwelijk kerkelijk te willen inzegenen.
Directeur/uitgever Rob Klarenbeek van Bruid & Bruidegom Magazine is verrast dat ruim de helft van de geënqueteerden voor de kerk zegt te kiezen. ,,Dat is veel, zeker als je dat afzet tegen het teruglopend kerkbezoek in protestantse en katholieke kring”, aldus Klarenbeek.
Er zijn nauwelijks belemmeringen voor mensen die hun huwelijk willen inzegenen, constateert Klarenbeek. ,,Vaak hoef je niet eens lid te zijn van een kerkgemeenschap. Zolang je maar betaalt voor het gebruik van de kerk en voor de diensten van de pastor en de koster, kan er heel veel.” In onze buurlanden is dat onmogelijk, weet Klarenbeek
Van alle gesloten huwelijken in 2006 is 9,1 procent (een kleine 6500) in een rooms-katholieke kerk bevestigd, meldt Pieter Kohnen, woordvoerder van de Nederlandse kerkprovincie. In vergelijking met de jaren daarvoor laat dat een constant beeld zien, terwijl het aantal huwelijken juist is teruggelopen. Cijfers van de laatste jaren zijn nog niet bekend.
De Protestantse Kerk heeft nog geen zicht op het landelijk aantal huwelijksinzegeningen, aldus woordvoerder Jan-Gerd Heetderks. ,,Met het nieuwe ledenregistratiesysteem hopen we daar meer zicht op te krijgen.” Zelf heeft hij de indruk dat het ,,in elk geval niet minder wordt”.

Sacrament

In rooms-katholieke kerken en protestantse kerken wordt overigens verschillend aangekeken tegen het kerkelijk huwelijk. Binnen protestantse kerken is sprake van een inzegening van het huwelijk dat eerder al in het gemeentehuis is gesloten. Binnen de Rooms-Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als sacrament, en daarmee als eigenlijke huwelijkssluiting.
Terwijl er meer mensen belangstelling hebben voor een kerkelijke inzegening, is er een verschuiving merkbaar van hoe mensen de kerkelijke inzegening beleven. ,,Een trouwdienst is steeds meer een privé-aangelegenheid geworden, waarbij je als kerk wordt ingeschakeld”, merkt ds. Jan Willem Nieboer uit Sneek. ,,Er is een kerkgebouw nodig en een predikant die het stel kan inzegenen. Terwijl een huwelijksinzegening voor de kerk meer dan een ritueel in een kerkgebouw is.” Ook de kerkgemeenschap is van oudsher belangrijk. ,,Een van de eerste zinnen in het huwelijksformulier is: hier staan jullie, voor de gemeente van Christus en met familie en vrienden om je heen. Dat eerste: de gemeente van Christus, is voor veel mensen helemaal verdwenen.”

Botsingen

Het levert soms communicatiestoornissen op, en zelfs botsingen met een stel tijdens de voorbereiding. ,,Mensen komen soms met voorstellen waar je als predikant moeite mee hebt. Dan is het best lastig om er een vruchtbaar gesprek van te maken.” Mensen zijn bijvoorbeeld niet meer gewend om te zingen. ,,Ze willen dan liedjes laten horen van Marco Borsato tot Elton John en De Kast. Dat is niet per se verkeerd, maar daardoor wordt de viering meer een voorstelling dan een liturgie. Mensen zijn veel minder betrokken bij wat er gebeurt.”
Vaak wordt gedacht: de vorm is maar de vorm, merkt Nieboer. ,,De vorm bepaalt echter ook de inhoud. Denk aan de inzegening zelf. Dat doe ik als predikant, maar vervolgens zing je als gemeente het bruidspaar vaak een lied toe. Als je dat niet doet, wordt het snel een onderonsje, waar het publiek bij zit. Dat is jammer, vind ik.”
Toch vindt Nieboer het ook mooi dat mensen op scharniermomenten als huwelijk en overlijden weer bij de kerk aankloppen. ,,Je zoekt naar nieuwe vormen om mensen erbij te betrekken. Zo laat ik bijvoorbeeld de familie wel eens kaarsen aansteken en iets voorlezen.”
Pastoor Marco Conijn van het r.k. samenwerkingsverband ‘Een in vieren’ (Dronrijp, Franeker, Harlingen, Sint-Annaparochie en Vlieland/ Terschelling) herkent dat mensen vandaag de dag sterk hun creativiteit in een huwelijkssluiting leggen, waardoor het een privékarakter kan krijgen. Hij ziet dat niet als een probleem. ,,Een huwelijkssluiting is dan nog steeds een onderdeel van de grote gemeenschap, waar iedereen welkom is. Ook als mensen naar het stadhuis gaan voor sluiting van het burgerlijk huwelijk, is dat een privé-aangelegenheid waarbij niet heel de stad uitloopt.”
Conijn maakt eigenlijk nooit grote meningsverschillen mee over de invulling van de viering. Dat komt mede door de voorbereiding, denkt hij. Hij vraagt mensen hun huwelijkssluiting minimaal zes maanden van tevoren en zelfs liefst een jaar aan te vragen. ,,We willen ze er goed op voorbereiden. Mensen die zich aanmelden nemen eerst deel aan een gespreksgroep, vervolgens is er nog (minstens) één gesprek met de pastoor.”
De gespreksgroep levert mooie momenten op, en werkt vaak ook als een stukje catechese, aldus Conijn. ,,Ik ga niet van tevoren zeggen wat wel en wat niet kan. Ik ben zelf vrij traditioneel, maar ik geef mensen die minder traditioneel denken wel de ruimte.” De pastoor vindt het belangrijk dat mensen iets van de kerkelijke traditie respecteren. ,,Dat staat eigenlijk ook nooit ter discussie; anders kiezen ze er niet voor om in de kerk te trouwen.” Anderzijds is er ruimte voor persoonlijke inbreng. ,,Mensen vragen bijvoorbeeld popmuziek aan waar zij hun gevoel in herkennen. Wie ben ik om dat tegen te houden. Maar als de hele dienst uit popmuziek bestaat, is dat weer een ander uiterste.”

Wij-gevoel

,,Het is niet iets van vandaag of gisteren dat de vraag van moderne bruidsparen en het aanbod van de kerk rond een kerkelijke inzegening uit elkaar lopen”, zegt prof. Marcel Barnard, hoogleraar liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) te Utrecht en aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ,,Toen ik in de jaren tachtig ouderling was en in de binnenstad van Amsterdam begrafenissen deed, deed zich hetzelfde al voor: die mooie oude Amsterdammers wilden Psalm 23 en de Internationale (het strijdlied van socialisten wereldwijd) zingen.” Wel is het probleem veel algemener geworden, constateert Barnard. ,,De voorkeuren van mensen zijn particulierder geworden: je zoekt je eigen muziek bij elkaar, en ook je eigen religie."
De spanningen spitsen zich volgens hem toe op een paar zaken. ,,Je ziet sterk de tendens dat de huwelijksdag een heel sterk ‘wij-gevoel’ moet hebben. ‘Wij’ zijn dan de familie en vrienden. Het moet ónze huwelijksdag worden en ónze viering.”
,,Het is een bredere tendens dan alleen rond de huwelijksdag dat de familie als basaal-sacraal wordt ervaren”, constateert Barnard. ,,Bij onderzoek naar het Kerstfeest blijkt dat mensen het bij elkaar zijn als familie heel belangrijk vinden. De familie vervangt de traditie zoals die vroeger bestond, bijvoorbeeld de kerkelijke traditie of de dorpsgemeenschap.”

Romantisering

Een ander spanningsveld herkent Barnard in de sterke romantisering van de huwelijksviering. ,,De kerk heeft altijd tamelijk nuchter over het huwelijk gesproken, en ook de minder makkelijke kant van samenleven en relaties benadrukt. Denkend aan de kwade dagen die er ook zijn, en dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat mensen bij elkaar blijven. Terwijl trouwvieringen zich juist ontwikkeld hebben tot vaak hele romantische vieringen, haast in een roes. De liefde in z’n romantische vorm gaat helemaal voorop.”
Het klassieke huwelijksformulier - wat overigens in veel protestantse gemeenten niet meer wordt gebruikt - formuleert zelfs dat ‘ook de gehuwden in de praktijk van het leven als gevolg van de zonde velerlei tegenspoed en leed overkomt’. ,,Dit is wel een heel zware insteek, maar het geeft wel aan: het is niet álles. Het feestelijke aspect is in de kerk nooit weggeweest, maar er zit een zekere spanning als het feest een roes dreigt te worden. De aandacht voor het gedenken van de minder romantische kanten is iets waar de kerk altijd voor opkomt.”

Geen regels

Algemene regels voor wat nog wel kan of wat echt níét kan in een huwelijksviering, zou Barnard niet willen geven. ,,Er zijn natuurlijk predikanten die wel regels stellen in hun gemeente, en aangeven: zo doen we het hier. Dat schept duidelijkheid, maar het is niet de weg die ik prefereer.”
Barnard: ,,Dat mensen, ook al komen ze normaal gesproken niet in de kerk, tóch met hun vraag bij de kerk komen, is bijzonder.” Het is een interessant gegeven, vindt hij, dat er momenten in het leven van mensen zijn dat ze zich weer afvragen: wil ik nu iets met geloof, met de kerk te maken hebben? ,,Trouwen is een van die momenten. Het zijn momenten dat je jezelf niet genoeg bent, en dat je je realiseert dat je partner je uiteindelijk ook niet genoeg is. Mensen zoeken op die momenten op hun levensas naar iets wat hen overstijgt. Dat kan op heel verschillende manieren vorm krijgen. Het kan een klein ritueeltje zijn, maar het kan ook een kerkdienst zijn.”
 
 
 
 

bron: Friesch Dagblad uitgave: 23 jun 2009
bericht nr. 9231 :  geplaatst op 23-06-2009 en 2271 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken