TERUG
Geestelijke verzorging
Geestelijk verzorger op de luchthaven
Org.Nederland

Geestelijk verzorger op de luchthaven
Een vliegvakantie begint vaak op Schiphol. Lange wachtrijen bij de paspoortcontrole, waar emotieloos het gezicht van de reiziger wordt vergeleken met de foto in het paspoort. "Dit werk vraagt grote concentratie", zegt dominee Cees Smit.
Dominee? Ja, op de werkvloer van de Koninklijke Marechaussee, in dit geval Schiphol, loopt regelmatig een predikant rond, liever niet in krijgsmachtuniform want dan denken de reizigers dat ze hem alles kunnen vragen: 'Sir, waar is de KLM-lounge?'

 
Paspoortcontrole is een van de vele taken die de Koninklijke Marechaussee op de luchthaven uitvoert. Niemand die waarschijnlijk nog twijfelt aan de grote verantwoordelijkheid van deze politiedienst van de krijgsmacht. Terreurdreiging, vluchtelingenproblematiek, beveiliging waardetransporten - er moeten mensen zijn die bewapend kunnen optreden, met alle spanningen van dien. Smit, geestelijk verzorger in de krijgsmacht, voelt zich niet overbodig in deze dynamische omgeving, waar dagelijks duizenden mensen elkaar passeren op weg naar wie weet waarheen.

Achter een balie op Schiphol lijkt de marechaussee het vandaag even rustig te hebben. Groepscommandant Van den Burg heeft tijd voor een praatje. Hij weet de geestelijke verzorging zonodig wel te vinden, vertelt hij. Momenteel ziet hij de werkdruk enorm toenemen. "Dan wordt de behoefte aan een vertrouwenspersoon groter, denk ik.'' Het belang van de geestelijke verzorging is "dat je altijd ergens terecht kunt''. Wezenlijk voor hem is de vertrouwelijke basis. Of het dan gaat om een humanistisch raadsman, een protestantse dominee of een rooms-katholieke aalmoezenier, maakt hem niet uit.

De geestelijk verzorgers kiezen dezelfde benadering, vertelt Smit in zijn werkkamer. Ze zijn er voor iedereen op de werkvloer, ongeacht de eigen levensovertuiging. Bovendien: vertrouwelijke gesprekken verlopen niet per se anders bij een humanistisch raadsman of een protestantse predikant. "Voor mij is mijn geloof echter niet inwisselbaar. Ik ben er zelf van overtuigd dat de bron waaruit ik put rijker is dan die van een humanistisch raadsman, maar dat is een geloofsuitspraak.''

Uiteraard is dat een geloofsuitspraak, maar geloof staat toch centraal in het werk van een predikant? Smit legt uit dat hij herder wil zijn in navolging van Jezus, de Goede Herder. "Dat betekent omzien met erbarmen naar alle mensen en niet alleen naar mensen van je eigen club. Omzien naar de ander betekent niet op voorhand hem of haar in jouw kamp trekken. Het is niet aan mij de ander te overtuigen - dat is het werk van de Geest. Ik sluit aan bij de vraag van anderen.''

Smit, verbonden aan de Nederlands Gereformeerde Kerken, plaatst veel van zijn werk onder de noemer diaconaat. "Wij doen als geestelijk verzorgers niet zulke bijzondere dingen. Het is wel belangrijk dat kerken ze blijven doen, ook al wordt de naam van God niet altijd genoemd. Ik zou willen dat de kerken ons werk ook meer als kerkenwerk zouden benaderen, in plaats van te zeggen dat wij 'afgestaan zijn' aan de krijgsmacht.''

Zijn eigen christelijke geloofsovertuiging is essentieel, legt hij uit. "Je kunt alleen een goede gesprekspartner zijn als je trouw bent aan je eigen identiteit. Al spreek ik met een verstokte atheïst, diegene kan alleen zijn verhaal met mij delen als ik mijn eigen geloof niet verloochen. Muren zijn neutraal, maar die zeggen niets terug.''

"Grenzeloos respect voor de ander'' is de basis van een ontmoeting. "In gesprekken komt snel de vraag boven naar wat ik ervan denk - mij vaak veel te snel. Ik wil graag eerst de ander in beeld hebben. Ik ben geneigd heel lang met de ander mee te lopen zonder mijn eigen levensovertuiging uit te dragen. Maar als de gelegenheid ernaar is, zal ik zeggen wat mij troost biedt. Niet normatief, zo van: daaruit moet jij dus ook troost putten.''

De gespreksonderwerpen zijn zo veelkleurig als het leven zelf. Het kan gaan om het verlies van een geliefde, om conflicten op de werkvloer of om het gebruik van een wapen. Vooral rond crisissituaties, op momenten dat de grond onder iemands voeten verdwijnt, ervaart Smit heel direct de waarde van de functie van geestelijk verzorger. "Dat je er dan bent voor de ander. Dat je niet voor de donkerte in zijn leven wegloopt.''

Vertrouwelijke gesprekken vormen slechts één aspect van zijn werk. Smit en zijn collega's leiden ook cursussen en groepsgesprekken. Ze geven gevraagd en ongevraagd advies aan leidinggevenden, om het welzijn van het personeel te verbeteren. Een krijgsmachtpredikant leidt bovendien kerkdiensten of andere bijzondere gelegenheden, zoals uitvaarten, trouwdiensten en doopdiensten en dergelijke.

De overheid acht geestelijk verzorgers nodig in de krijgsmacht omdat het personeel geen gewone baan heeft. Medewerkers komen vaak buiten het gewone leven te staan. Ze gaan op oefening of worden uitgezonden. Ze raken snel ontworteld en zijn niet in staat hun 'godsdienstige verplichtingen te vervullen', legt Smit uit. De overheid vraagt van ze zonodig geweld te gebruiken, wat tot ethische conflicten kan leiden. "De overheid erkent dat mensen hierdoor innerlijk verscheurd kunnen raken.''

Smit, die binnen de krijgsmacht om de zoveel jaar wordt overgeplaatst, heeft zelf ook oefeningen en uitzendingen meegemaakt. Op zijn werkkamer staat een kistje met eenvoudige avondmaalsattributen en een liturgische stola. Dit kistje - dat ook als katheder dienst doet - gaat altijd mee op reis.

Tijdens uitzendingen werd hij geconfronteerd met situaties waarin het kwaad alomtegenwoordig was en de nood en angst van slachtoffers boven zijn bevattingsvermogen gingen. Dan komt ook bij hem wel eens de gedachte boven: 'Wat doet het er allemaal nog toe, wat helpt het om hier als geestelijk verzorger te zijn?' Smit denkt aan gebeurtenissen in Tuzla, toen zijn eenheid de vrouwen en kinderen opving die uit Sebrenica kwamen, waar hun mannen en vaders waren omgebracht.

Is zijn geloof veranderd? "Het zou raar zijn als mijn geloof met de jaren niet verandert, of ik nou bij de krijgsmacht werk of niet. Voor mij geldt: veel van wat ik vroeger geloofde, ben ik kwijtgeraakt, maar het is op een kernachtige manier teruggekomen en daardoor waardevoller geworden.''

Dat moet hij uitleggen. Smit wijst op Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus over Gods voorzienigheid. "Het beeld van God die alles stuurt, het goede en het kwade, ben ik kwijt. Toch heb ik Gods almacht niet weggeschoven. Zijn almacht duid ik nu meer vanuit Gods liefde. Ik zie God niet meer als de hemelse alleskunner, maar als een liefdevolle God die Jezus uit de dood heeft doen opstaan en al het kwaad overwint.''

"Vroeger was het geloof in mijn ogen vooral een theorie om te verklaren wat in het leven niet klopte, een ontsnappingsroute uit de chaotische werkelijkheid. Nu is het geloof mijn houvast geworden in een werkelijkheid waarvan ik niets snap. Ik heb er geen verklaring voor dat onschuldigen sterven, maar ik mag er wel op vertrouwen dat God de bodem is van mijn bestaan.''

bron: Ned. Dagblad uitgave: 26 jul 2007
bericht nr. 6091 :  geplaatst op 26-07-2007 en 1591 maal gelezen


Gerelateerde berichten


Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken