TERUG
Kerkopbouw
De kerk: Huis van bezieling met twee kamers
Amersfoort Noord (PKN)
De kerk: Huis van bezieling met twee kamers

Henk de Roest woont in Kattenbroek en werkt in Leiden. Hij is hoogleraar praktische theologie. Zijn laatste boek ‘En de wind steekt op! Kleine ecclesiologie van de hoop’ gaat in op de spirituele binnenkant van een nieuw missionair enthousiasme. Wat is de bestaansreden van de kerk? Welke vorm zal de geloofsgemeenschap van de toekomst aannemen? Wat is nodig om met bezieling kerk te zijn? Zijn er geloofsgemeenschappen te vinden die lijken op de eerste christelijke gemeenten?




De Roest beschrijft in zijn boek drie modellen van kerk-zijn: de burcht, De Herberg en de tempel.

De burcht is de gemeente, waarin van de leden totale betrokkenheid wordt gevraagd, iedereen zet zich in. De Herberg is de ‘tussenvorm’, de nadruk ligt op open gemeenschap willen zijn, de kernleden zijn de dragende kracht, tijdelijke gasten zijn welkom. De tempel tenslotte is er vooral voor de kruispunten van het leven, voor de rituelen van doop, huwelijk en begrafenis en speelt alleen in op de behoeften van mensen, die in- en uitlopen wanneer ze willen.

De schaal is duidelijk: van betrokkenheid van allen tot betrokkenheid van enkelingen, van grote vrijblijvendheid tot helemaal geen vrijblijvendheid.

De kernvraag is de vraag naar betrokkenheid, commitment. Vanuit de dynamiek van de eerste christelijke gemeenten komt De Roest tot een vierde model.

Jos van Oord gaat in gesprek met Henk de Roest over een paar onderdelen uit het boek.
Hij koos voor de vier modellen van de kerk en de vraag naar inspiratie. Bestaat de toekomst van de kerk niet alleen maar uit liefhebbers? Die groep werd in mijn tijd als predikant groter en groter. En hoe zie je de lidmaten die na een periode van actieve betrokkenheid de kerk (tijdelijk of definitief) loslaten? Er blijven altijd lidmaten. Gelukkig wel, anders mis je de bedding. De geloofsgemeenschap heeft duurzame betrokkenheid nodig. En er is beleid mogelijk die dit in positieve zin kan beïnvloeden. Geloofsgemeenschappen moeten er eer in stellen om de lidmaten aan zich te binden. Kern van dit beleid moet zijn dat vrijwilligers zich gekend, gezien, gewaardeerd weten. Daarnaast is ook geloofsverdieping van vitaal belang, de vraag naar bezieling moet levend blijven. Maar investeer ook van harte in de liefhebbersgroep!

Jij gaat dus voor dit vierde model? Ja, ik voel me het meest thuis bij dit model. Een open gemeenschap, niemand wordt geweigerd. Open armen voor wie een vraag heeft, pastoraal, diaconaal of cultureel. Je moet als predikant nooit iemand weigeren die een dienst vraagt als doop of huwelijk. Liefhebbers komen soms ook met eigen initiatieven. Een goed voorbeeld hiervan is Areópagus, een ‘centrum voor kerk, cultuur en samenleving’ in Monnickendam. Areópagus organiseert activiteiten rond kerkelijke traditie, de politieke en maatschappelijke werkelijkheid en het culturele klimaat. Verschillende omliggende kerken ondersteunen dit nu.

Het tweede thema waar ik het met je over wil hebben is de vraag naar inspiratie. Hoe organiseer je inspiratie? Mij valt op dat je de preek nog steeds als belangrijk onderdeel noemt, zelfs als instrument voor inspiratie en bezieling. Hoe kom je daarbij, om met de preek te beginnen als je het over inspiratie hebt? In mijn boek verwijs ik naar Miskotte. De ontkerkelijking is begonnen ‘in de harten van de honderden die erbij waren zonder erbij te zijn’. Als voorgangers zelf niet meer geraakt en geboeid zijn door de tekst, slaat de verveling toe. Een preek moet niet tot stand komen in je eentje in de studeerkamer, maar in gesprek met anderen. Ik geef mijn studenten de opdracht om – wanneer ze een preek moeten maken – een tijdje met de tekst op zak te lopen en deze voor te leggen aan mensen die zij ontmoeten. In de dialoog ontstaat de inspiratie en gaat een tekst leven. Tegelijkertijd moeten voorgangers oefenen in sensitiviteit voor de ander, het verhaal van de ander én voor de telkens verrassende tekst.

Is de bijbel niet primair een groepsboek… alleen in dialoog komt een verhaal opnieuw tot leven… zullen we in de liturgie weer alleen gaan vieren, zingen, muziek maken (Bachcantate etc.) en het woord bewaren voor de catechese, kring etc.? Daar zeg je wat. Inderdaad, in dialoog begint het verhaal weer te leven. Maar wat ik over de preek schrijf, gaat ook op voor onderricht en pastoraat. Je moet jezelf laten zien, je eigen spiritualiteit. Miskotte noemt de verbazing en de verwondering als basis voor een nieuwe bezieling. Als er wisselwerking is tussen je eigen spiritualiteit, de verwondering en sensitiviteit voor de vragen die er leven, houdt de preek bestaansrecht. Dan steekt de wind op en kan de geest gaan waaien.

Als je schrijft over inspiratie en bezieling maak je een ‘uitstapje’ naar het theater. Dat boeit mij wel! Je kijkt naar het theater om de predikant te helpen te oefenen in bezieling. Maar de ene auteur kan het, de andere niet. En moet je als predikant niet sowieso de gave van acteren hebben? De parallel met het theater is vooral dat het verhaal pas gaat leven in de wisselwerking tussen regisseur, verteller, acteurs, decorbouwers etc. én publiek. Het klopt dat niet iedere voorganger evenveel talent heeft in dit opzicht. Toch kun je als voorganger ‘een potje breken’ bij je gemeente als preken niet je sterkste kant is, maar je dit compenseert in het pastoraat. Tekortkomingen in het pastoraat zijn ernstiger dan in de preek. Maar bij bezieling begint het bij interactie en dialoog en je mag erop vertrouwen dat dit tot inspiratie leidt. Je mag niet in je eentje worstelen met een tekst.

Hoe sta jij tegenover shoppende kerkgangers? Jouw groep liefhebbers mag toch best – als ze gaan - een eigen voorganger kiezen, buiten de wijk of de stad waar ze wonen? Dat is een goeie vraag, maar als ik eerlijk ben, wijs ik deze houding af. Ik kan me voorstellen dat je de preek en de liturgie zoekt die bij je past of die je raakt, maar het evangelie is niet altijd een aai over je bol, maar ook een boodschap, haaks op je leven. Het wordt je aangezegd. Evangelie is ook ergernis en strijkt soms tegen je haren in.

Henk, de omslag van je boek raakt me. Je schrijft over oefenen van ontvankelijkheid en inspiratie, maar het is een hand - Gods hand? - die het bootje in de wind zet! Ja, dat is het. Veel kun je bewerkstelligen en oefenen, maar we zijn afhankelijk van die Hand die ons stuurt en draagt. En de Wind steekt op. Dat is Gods Geest die ons inspireert.

Jos van Oord,
en optekening Mirjam Gaasterland



bron: Lopend Vuur uitgave: 28 jul 2006
bericht nr. 4346 :  geplaatst op 28-07-2006 en 854 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken