TERUG
Functionarissen
‘Oecumene is vooral een open houding naar elkaar’
Amersfoort Noord (PKN)

‘Oecumene is vooral een open houding naar elkaar’

Met ingang van 1 januari stopt pastoraal werker Jan Vernooij met zijn werkzaamheden voor Amersfoort Noord, Hoogland, Hooglanderveen en Bunschoten - Spakenburg.
Een mooie gelegenheid om een interview met Jan te houden, vooral omdat hij meestal de interviewer was en niet de geïnterviewde.


In 1994 is Jan als pastoraal werker in dienst gekomen van de rooms-katholieke parochies Sint Martinus en Sint Joseph. Vanaf het begin had hij als hoofdtaak de gemeenschapsopbouw van de wijk Nieuwland, die in 1994 nog volledig gebouwd moest worden.

Hoe hebben jullie die opbouw aangepakt?
‘Toen ik kwam, was er al een Nieuwland-commissie samengesteld vanuit de Raad van Kerken, met vertegenwoordigers vanuit Het Brandpunt, de Martinus en De Inham. Binnen die commissie hebben we nagedacht over de opzet van het kerkelijk werk in Nieuwland. Daarbij kregen we de opdracht om het oecumenisch op te zetten, zonder een echt ‘kerkgebouw’. Hoe we dat moesten doen, was eigenlijk een soort zoektocht. Maar er waren gelukkig elders al ervaringen opgedaan met een oecumenische wijk, waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Voor ons hebben ook Het Brandpunt en het inloophuis als inspiratiebron gediend. In Zielhorst / Kattenbroek was het inloophuis eerst de ontmoetingsruimte. Later is daar het kerkgebouw Het Brandpunt bij gekomen. Bij ons riep dat de vraag op of we een inloophuis en een kerkelijk ontmoetingscentrum niet zouden kunnen combineren. We wilden een nieuwe vorm van kerk zijn zoeken en niet alleen verwijzen naar de bestaande kerkgebouwen, de Martinus, Het Brandpunt en De Inham. Daaruit is uiteindelijke de zogenaamde A- en B-lijn voortgekomen. In de A-lijn gaat het erom present te zijn voor alle mensen van Nieuwland. De B-lijn staat voor het kerk zijn met medekerkleden. De beide lijnen kregen een enorme impuls toen we De Herberg ter beschikking kregen.’

Leidde de komst van De Herberg ook niet tot een roep om te vieren?
‘Jazeker, die vraag kwam meteen. En sommigen wilden liefst elke week daar vieren. Maar voor mij is heel principieel dat De Herberg iets bijzonders moet zijn en dus geen wekelijkse vieringen moet kennen. Het moet geen aparte vierplek voor de eigen gemeente zijn, maar het moet iets toevoegen aan de andere vierplekken. In ’t begin werden de maandelijkse vieringen in De Herberg wel gezien als een concurrent voor de vieringen elders. Maar ik zie dat beslist anders. Het is niet of of, maar en en. Je kiest niet voor bijvoorbeeld De Inham of De Herberg, maar je kunt gewoon voor beide kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen in De Herberg iets kunnen vinden wat hen ook weer stimuleert om naar de andere kerkplekken te gaan.’

Wat is voor jou oecumene?
‘Dat is vooral een open houding naar de ander, ontmoeting. Het is geïnspireerd raken door andere tradities. Ontdekken dat in andere tradities elementen zitten die in onze traditie meer op de achtergrond aanwezig zijn. Voor de rooms-katholieken is dat bijvoorbeeld de aandacht voor de bijbel aan protestantse zijde. En ik merk dat de protestanten inspiratie opdoen aan de rooms-katholieke beelden en symbolen. In essentie komt het erop neer, dat iedereen er mag zijn, met zijn eigen traditie, z’n eigen verhaal.’

Wat vind je het mooiste dat jullie met De Herberg hebben kunnen bereiken?
‘In de eerste plaats zijn dat de ontmoetingen van mens tot mens, die via De Herberg tot stand komen. Mensen die er een luisterend oor hebben gevonden, die zich opgenomen voelen. Vaak met het gevolg dat ze ook zelf actief zijn geworden in De Herberg.

Ten tweede is dat het opbouwen van een eigen oecumenische wijkraad in de vorm van de OWN. Stap voor stap is daar de eigen koers uitgezet. Tenslotte wil ik de collegialiteit noemen. Zowel binnen het rooms-katholieke pastoresteam als met Anette Sprotte. Het was en is fijn om samen met hen te werken.’

Wat zie je als de grootste opgave voor de komende jaren?
‘Eigenlijk is dat de andere inzet van de pastores in de wijken. Pastores zijn vaak opgeleid als individualisten en generalisten. En de reorganisatie waar we nu aan rooms-katholieke zijde mee bezig zijn, betekent dat elke pastor een eigen profilering krijgt. De pastor is geen wijkpastor meer, maar pastor met een bepaalde specialisatie, bijvoorbeeld liturgie, diaconie, catechese of gemeenschapsopbouw. Er is een groep van pastores die een stuk ondersteuning kan bieden in de wijken. Dat zal voor iedereen best even wennen zijn. Met mijn vertrek worden alle wijken uitgedaagd om aan te geven wat voor hen het belangrijkste is, en op welke wijze het pastoresteam daaraan een bijdrage kan leveren. Per onderwerp kan dat weer een andere pastor zijn. Het prikkelt om na te denken over wat je belangrijk vindt, naast de ‘lopende zaken’, zoals vieren, dopen, trouwen, rouwen en leren. Ook in mijn nieuwe werkkring in de Oostelijke Flevopolder en de Veluwerand gaan we op die manier werken. We beginnen daar met meerdere nieuwe pastors. Dat is ook een goed moment om met zo’n nieuwe opzet te beginnen. De opgave van de vernieuwende werkwijze geldt dus hier, maar ook in mijn nieuwe werkkring.’

Wat wil je tenslotte nog kwijt?
‘Dat ik me altijd gesteund en gedragen heb gevoeld door de kerkelijke besturen, zowel binnen de OWN als binnen het rooms-katholieke bestuur. Er zit daar heel veel bestuurskracht, mensen die open en eerlijk met me zijn omgegaan. Ook vind ik het fantastisch hoe die besturen durven te leren om samen te werken. Daar gaat heel veel kracht van uit. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst.’



bron: Lopend Vuur uitgave: 28 dec 2005
bericht nr. 3553 :  geplaatst op 28-12-2005 en 909 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken