TERUG
Pastores / Predikanten
Gaan waar geen wegen zijn
Amersfoort Noord (PKN)

Gaan waar geen wegen zijn

Achttien jaar lang pionierde predikant Jos van Oord (57) in de nieuwbouw van Amersfoort-Noord: Zielhorst,Kattenbroek, Nieuwland en Vathorst. Steeds weer dook hij op in het kielzog van de bouwvakkers. Nu slaat hij een andere weg in: volgend jaar legt hij zijn ambt neer en gaat zich - met subsidie van de gemeente Amersfoort - inzetten voor cultureel opbouwwerk bij de Stichting De Kamers. In de Vinex-wijk Vathorst, dat wel.


 

‘Anderhalve week geleden droomde ik over een houtzagerij.

Een man ging te dicht naar de machine toe, waardoor hij in

tweeën werd gesneden. Een gruwelijk beeld. Maar hij bleef

in leven. Met een groot gat in zijn lijf - als het beeld van

Zadkine - ging hij als twee persoonlijkheden verder. Mijn

vrouw zei: "Waarschijnlijk was je dat toch zelf. Je moet kiezen

tussen 'De Kamers' (het cultureel opbouwwerk) en de

kerk." De keuze viel me zwaar, en het was me een lief ding

waard geweest als ik beide had kunnen combineren. Want ik

ben gék op de kerk, maar die pioniersklus die nu op mijn

pad is gekomen, is me ook dierbaar.’

Beeldvorming

Hoewel ik trots ben op de kerk, heb ik ook sterk haar onvermogen

gevoeld. De ervaring met twee linkerhanden te

staan. Lukt het de kerk nog wel om postmoderne mensen te

bereiken? Wat je op de ene plaats probeert op te bouwen,

wordt elders weer afgebroken. Het was vaak te incidenteel,

te marginaal. Samen met mijn zus (Inez, hoofdredacteur van

de goedlopende glossy Happinez, red.) was ik te gast op een

predikantenconferentie. Daar was het verhaal: Jos heeft nog

driehonderd mensen op zondagochtend, zijn zus verslaat

haar tienduizenden. Zij werkt met foto's en beelden, hij met

het Woord en de woorden. De aanwezigen waren allemaal

jaloers op Inez. Waarom lukt het ons niet om het evangelie

beter aan de man te brengen?

Ik heb ook geleden onder de beeldvorming van de kerk. De

vooroordelen als zou de kerk achterhaald zijn - ook al corresponderen

de beelden allang niet meer met wie we zijn en

wat we doen, de beeldvorming is hardnekkig. Zit ik in een

kroeg, en zeg ik dat ik dominee ben, komt er eerst een vloek,

vervolgens de vraag: Zijn die er nog? Altijd weer eerst die

beeldenstorm, daar werd ik moe van. Want de kerk is wél

leuk, ze dóet er toe, ze weet ook maatschappelijk wat weg te

zetten - hoewel de groep die erbij betrokken is helaas steeds

kleiner wordt. Ik heb de indruk dat ik nu een breder spoor

op ga, waarbij ik weer op een andere manier mensen bereik,

die niets met de kerk hebben.’

Oecumene

‘In de nieuwbouwwijken zochten we naar nieuwe vormen

van 'kerkelijke presentie', achttien jaar geleden begonnen

we in Zielhorst. Onder geen beding wilden we bestaande

kerken 'klonen'. We pionierden met kleinschalige missionair-

diaconale projecten, ik had ideeën over basisgroepen,

huiskamerkringen. Binnen het platform ervoeren we toen al

de spanning tussen kerk en wereld - het beeld van de zagerij.

De één wilde een inloophuis, de ander toch liever een kerk.

Toen we klein begonnen, bleken juist de nieuwe bewoners

erg gehecht aan een kerkgebouw. Tegen ieders verwachting

in, konden we nog een stuk grond kopen om 'Het

Brandpunt' neer te zetten. Met het gevaar dat deze 'olifant'

de muis (het inloophuis) naar de marge zou drukken.

Inmiddels zijn de verhoudingen gezet; het inloophuis

bereikt mensen die weinig of geen affiniteit met de kerk

hebben.

De meerwaarde van het werk in de nieuwbouwwijken is

voor mij de principiële keuze voor de oecumene van protestanten

en rooms-katholieken of, voor wie dat een brug te

ver is, de kleine oecumene, zoals Kruispunt in Vathorst,

waar Nederlands en christelijke gereformeerden samenwerken

met PKN'ers. Je móet elkaar opzoeken, omdat de verschillen

aan de nieuwe generaties niet zijn uit te leggen.’

Pionieren

'Gaan waar geen wegen zijn', de titel van een boek van Huub

Oosterhuis, typeert mijn werk in Amersfoort-Noord. Ik ben

van wijk naar wijk gegaan en telkens opnieuw stonden we

voor de vraag hoe we het pionierswerk zouden vormgeven.

Vooral in Vathorst, de laatste wijk, ben ik er helemaal voor

gegaan om de kerk smoel te geven in de wereld.

Welkomstwerk, buurtavonden, maaltijden, laat je gezicht

zien. Met als resultaat dat de kerk hier, méér dan in de eerdere

wijken, gesprekspartner is voor de gemeente, de politiek,

de bewonersvereniging, maatschappelijk werk, etcetera.

Mijn overstap kun je zien als een logisch gevolg van die vertaalslag

waar ik altijd mee bezig ben geweest. Waar staat het

evangelie voor? Kuitert houdt de vraag over: Waar is Abel, je

naaste, je broer, je zus? Zeker, bij de beantwoording van die

vraag heeft de kerk een meerwaarde boven het sociaal-cultureel

werk. De bijbelverhalen zijn zo aangrijpend, die diepgang

kan ik nergens anders vinden. Daarom hoop ik ook dat

ik nog freelance mag blijven preken.’

Kunst

Verder ga ik me nu nog meer richten op de vertaalslag. Van

Berkhof en van Van Ruler heb ik geleerd dat de Geest van

God niet opgesloten is in de kerk. De kerk is er voor de

wereld. Al pas ik er voor om mijn overstap bijbels of theologisch

te verantwoorden, toch zeg ik met Berkhof: kunst en

cultuur zijn ook landingsplaatsen van de Geest. Als kerkmensen

zijn we sterk georiënteerd op de kerk als vindplaats

van het heil, terwijl je misschien moet zeggen dat de wereld

een plek van heil is en de kerk daarbinnen een concentratiepunt.

Geloof past voor mij in het rijtje van kunst, cultuur,

schoonheid.

Of ik de plek van de kerk dan niet te veel relativeer? Aan

kunst beleef je niet hetzelfde als aan de sacramenten, dat is

waar. Maar ik geef niet graag de mensen de kost die bij ons

in het cultureel centrum ontroerd zijn door een film; zoals

mensen in de kerk geraakt kunnen worden door een doopdienst

of een bijbelverhaal. De kerk zegt dat de sacramenten

de 'media' van Godswege zijn, terwijl ik weet dat velen daar

niets bij ervaren. Die sacramenten houden voor mij een speciale

plaats, al zijn er voor mij méér dan de 'officiële' twee

van de protestanten of de zeven van de rooms-katholieken:

een film, een goed gesprek, een theaterstuk of een gezamenlijke

maaltijd met buurtbewoners.’

Verhaal

Ik ben een laatbloeier. Begin jaren '80 koos ik voor het ambt,

aanvankelijk parttime en met veel aarzeling: heb ik wel voldoende

'God' en 'geloof' in huis? Gaandeweg heb ik beseft

dat ik een 'geroepene' ben. Maar altijd op incidentele

momenten, in een gesprek, tijdens een preek, als ik het

gevoel had: nu kan ik mensen helpen tot hun bestemming

te laten komen.

Naarmate ik persoonlijker werd in mijn preken, ontdekte ik

dat ik meer mensen aansprak. Kom niet te snel met het grote

Verhaal, maar kom ook met je eigen verhaal. En maak

duidelijk waar die twee aan elkaar linken, waar de brug liggen

tussen de wereld en de bijbel.

Roeping is een kwetsbaar besef. Als Mozes God wil zien, dan

kan dat niet. Je kunt niet in het licht kijken, zegt een jood.

God trekt aan hem voorbij en Mozes ziet de Eeuwige op de

rug. Een joods commentaar zegt: Achteraf kun je vaak pas

zeggen of je geroepene was, of je op je plek was. Het was

goed dat ik hier achttien jaar was. Of de nieuwe stap de

juiste is, zal ik ook pas achteraf weten. Ik heb er fiducie in.'

 

Het mailadres van ds. Van Oord is: jjvanoord@wanadoo.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


bron: Drieluik uitgave:  0 
bericht nr. 3512 :  geplaatst op 15-12-2005 en 769 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken