TERUG
Oecumene
Oecumene: struikelen, opstaan en doorgaan
KVO
Oecumene: struikelen, opstaan en doorgaan
De doop en het avondmaal (zoals de protestanten het noemen) of de eucharistie (de katholieke benaming) zijn de wezenskenmerken van de christelijke gemeenschap. Het zijn de zichtbare tekenen van de Kerk van alle eeuwen, die het leven dragen en vernieuwen. Hoe is het toch mogelijk dat juist over deze wezenskenmerken van de christelijke gemeenschap onmin en onenigheid is ontstaan? En waarom is het zo moeilijk om die kloof te overbruggen?

Geert van Dartel


Vijfhonderd jaar geleden begon de Reformatie. Voor katholieken is dat vooral een herdenken, namelijk van de breuk in de Kerk. Voor protestanten is er juist reden tot vieren omdat zij de Reformatie zien als een nieuw begin van de Kerk vanuit het hart van het evangelie, bevrijd uit een knellende opvatting van Kerk en sacrament.

De stellingen van Luther uit 1517 waren bedoeld voor een dispuut om de zaken binnen de Kerk weer op orde te krijgen. Wie ze nu leest, zal ze niet alle 95 meteen begrijpen. Maar duidelijk is dat hij vooral bedoelde dat niemand in de Kerk zich te groot mag maken door zich een macht aan te meten die alleen God toekomt: de macht om schuld te vergeven, rechtvaardig te maken. Bij Luther is het Schriftprincipe van doorslaggevend belang. Geloof is geënt op de in de Schrift toegezegde belofte. En dat geloof alleen is grond voor vergeving en heil, omdat God barmhartig is. Daar kan niemand tussen komen. Het Concilie van Trente (1545-1563) heeft de katholieke opvatting over rechtvaardiging, Kerk, ambt en sacramenten duidelijk afgegrensd van de opvattingen van Luther en Calvijn. Daarmee werd voor eeuwen een scheidslijn binnen het westerse christendom vastgelegd. Pas in de loop van de twintigste eeuw is het proces begonnen die geleidelijk te overwinnen.

Kloof

Niet alleen tussen de katholieken en de vernieuwers ontstond in die zestiende eeuw een kloof. Ook binnen de reformatiebeweging werden de opvattingen van Maarten Luther al snel onder kritiek gesteld. Volgens de radicale reformatoren zoals Karlstadt, Thomas Müntzer en Menno Simons bleef Luthers beweging halfweg steken. Luther en Calvijn maakten een ontwikkeling door in de richting van een nieuwe kerkorde waarin ambten en sacramenten hun plaats hebben en zij streefden een goede verstandhouding met de overheid na. De radicale reformatie of doperse beweging koos voor de vlucht naar voren: de toetssteen voor een ware christelijke gemeente, is juist het persoonlijke, innerlijk beleefde geloof zonder dogma’s en confessies, en jegens de staatsmacht diende afstand gehouden te worden. En in die ontwikkeling gebeurt er natuurlijk het een en ander met de opvattingen over het ambt en de sacramenten van doop en eucharistie. Uit de radicale reformatie en opwekkingsbewegingen die daar in de loop ter tijd op gevolgd zijn, zijn weer nieuwe vormen van kerkelijke gemeenschappen gegroeid. In de contacten met baptisten en pinksterchristenen heb ik de afgelopen jaren ontdekt hoeveel betekenis er in die gemeenschappen aan wordt gehecht dat mensen persoonlijk tot geloof komen voordat zij gedoopt worden. Het persoonlijk tot geloof komen vind ik ook heel belangrijk, maar moet dat betekenen dat de kinderdoop geen doop zou zijn?

Nu we dit jaar 500 jaar Reformatie vieren/gedenken, is het logisch de vraag te stellen in hoeverre de verschillende kerkelijke denominaties elkaar de afgelopen decennia genaderd zijn wat betreft opvattingen over doop en eucharistie. Voorop gesteld: binnen een tijdspanne van zo’n 75 jaar is het de oecumenische beweging gelukt om oude kloven en scherpe tegenstellingen in de leeropvattingen te relativeren en deels ook te boven te komen. Dit is bijzonder want het was absoluut geen gemakkelijke weg.

In Nederland kwam de oecumene in de jaren vijftig goed op gang. In 2007 interviewde ik predikant Frits Mooi, oprichter en oud-secretaris van het Interkerkelijk Beraad van Noord-Nederland. Hij vertelde wat het betekende toen vanaf de tweede helft van de jaren vijftig gewone katholieken en protestanten elkaar in gesprekken over hun geloof konden ontmoeten. Dat was nieuw, bevrijdend en wekte grote verwachtingen. Deze prille oecumene had de warme steun van de Groningse bisschop Pieter Nierman.

Minder respons

Maar de jaren vijftig, zestig en zeventig liggen al lang achter ons. Vanaf 1980 is er binnen de kerken een groeiende kloof tussen de beleidsmakers en de werkers in het veld, signaleert de studie Katholiek leven in Noord-Nederland (1956-2006) onder redactie van Tjebbe T. de Jong. Er is een bijdrage in opgenomen van wijlen Jan Griepink (directeur van het Diocesaan Pastoraal Centrum) en Leo van Ulden o.f.m. (pastoor en oud vicaris-generaal van het bisdom Groningen-Leeuwarden) met de veelzeggende titel Oecumene, van gedeeld elan tot gedeelde smart. De auteurs signaleren dat de officiële beleidsdaden en documenten van de kerken, de lokale en regionale interkerkelijke raden en de van daaruit gevoede gesprekskringen steeds minder aanslaan bij de gelovigen die aan die gesprekken deelnemen. De respons op bijeenkomsten en acties loopt getalsmatig terug. ‘Van de leiding van kerkgenootschappen gaan signalen uit dat een rem wordt gezet op verhoopte ontwikkelingen, met name op het gebied van liturgische experimenten waarbij sacramentele eenheid wordt beproefd’, schrijven ze. Het mooie van deze bijdrage is dat zij de crisis in de georganiseerde oecumene fijnzinnig beschrijven, om vervolgens in de epiloog te laten zien dat het daarmee niet afgelopen is: ‘Terwijl de boer sliep (Marcus 4:26-29) zijn er twee vruchten op de akker gaan groeien, die beide van niet geringe waarde geacht mogen worden.’ Anders gezegd: er is wel degelijk iets moois bereikt. Griepink en Van Ulden doelen op de gegroeide wederzijdse acceptatie van kerkgenootschappen en de gegroeide broederlijkheid en zusterlijkheid. Ze doelen ook op het gegeven dat alle kerken worstelen met het probleem van verschrompelende erkenning door de samenleving en, bijgevolg, afnemende motivatie van hun eigen leden. ‘Zij zouden de aloude Boodschap helemaal opnieuw moeten doorleven en leren presenteren aan de wereld. Oecumene als gedeelde smart is halve smart. Dat is bekend. Oecumene als gedeeld elan is dubbel elan. Dat mag wel weer van Jezus, die ons de vijf broden laat uitreiken, geleerd worden.’

Treffender kan de context waarin wij vandaag elkaar als christenen van verschillende kerken zoeken en met elkaar optrekken niet worden verwoord. In de crisis is er hoop of, naar de wapenspreuk van de nieuwe bisschop van Groningen-Leeuwarden, Ron van den Hout, ‘In de ballingschap is er hoop’. Mits we opnieuw naar God op zoek gaan.

Doop en eucharistie

Wat betekent dit alles nu voor het al eeuwen gevoerde debat in westerse kerken over doop en eucharistie? Is er uitzicht op een overeenstemming die vruchtbaar kan werken binnen de brede waaier van kerkgenootschappen in Noord-Nederland of blijven wij halfweg steken?

In 2009 verscheen op initiatief van de voorzitter van de pauselijke Raad voor de Eenheid, kardinaal Walter Kasper, een systematisch overzicht van de resultaten van de oecumenische dialogen die Rooms-Katholieke Kerk sinds 1967 voert met lutheranen, anglicanen, methodisten en gereformeerden. Ik was zo blij met deze studie, met de titel Harvesting the Fruits, dat ik meteen het initiatief nam om een Nederlandse vertaling uit te brengen. Dr. Ton van Eijk heeft dat gedaan en het verscheen in 2011 als Een rijke oogst bij uitgeverij Abdij van Berne.

Aan de doop worden slechts drie pagina’s gewijd. Tussen de Catholica en de Anglicaanse, Lutherse en Gereformeerde Kerken is de doop ook nooit in het geding geweest. Overeenstemming over de doop bevestigt de banden van gemeenschap die er ondanks de kerkscheidingen altijd toch is geweest: een heel fundamenteel toebehoren tot Christus. In Nederland bereikten katholieken, hervormden, gereformeerden en remonstranten in 1967 overeenstemming over de erkenning van elkaars doop. Moeilijker was het om een brug te slaan tussen de kerken die de kinderdoop kennen en de kerkgenootschappen die deze pertinent afwijzen. Dat proces is bepaald nog niet voltooid en helaas is het na 2012 blijven liggen.

De zoektocht naar overeenstemming over de eucharistie verloopt nog moeizamer dan die over de doop. Er is in Nederland vanaf 1970 vele jaren met veel inzet en verwachting aan gewerkt. De theorie is nog niet eens zo moeilijk. Theologen als Anton Houtepen (katholiek) en Martien Brinkman (gereformeerd) hebben vaak uitgesproken dat er theologisch meer dan voldoende overeenstemming is bereikt om eucharistische gastvrijheid toe te kunnen laten in katholieke parochies en protestantse gemeenten. Maar de oecumenische praktijk die sinds de jaren zeventig werd ontwikkeld, is de laatste vijftien jaar praktisch helemaal teruggedraaid. Velen doet dat pijn.

Geen rechte lijn

De afgelopen 75 jaar is er dus grote vooruitgang geboekt op de weg van de oecumene. Maar die voortgang kan niet met een rechte, opgaande lijn in beeld gebracht worden. Soms stokt het en lijkt er geen vooruitgang meer mogelijk te zijn. Eerlijk gezegd heb ik in de afgelopen 23 jaar op dit pad veel mensen ontmoet die boos op teleurgesteld zijn. Maar toch, vaak onverwacht komen ook steeds weer nieuwe vruchten op, die de oecumenische zuster-en-broederschap over confessionele grenzen heen helpen.

Paus Franciscus en bisschop Munib Younan, de voorzitter van de Lutherse Wereldfederatie, deden in oktober 2016 tijdens een oecomenische dienst in Zweden nog een gezamenlijke oproep aan alle katholieke en lutherse parochies om de grote reis van samenwerking en solidariteit voort te zetten.

Griepink en Van Ulden raakten de kern van de oecumenische opdracht in onze tijd. Hoewel we uit een lange geschiedenis komen waarin het verhaal van Jezus’ sterven en opstanding is verteld en doorgegeven tot heil en verlossing van mensen staan wij weer aan het begin. Vandaag is het een uitdaging en een kans om dat oude verhaal en dat ene geloof opnieuw te doorleven en deze doorleefd te presenteren aan de wereld. Alleen zo worden wij en onze kerkgemeenschappen opnieuw geboren.

Dit is een samenvatting van de lezing die Geert van Dartel dit voorjaar hield op een symposium over oecumene in Heerenveen.
Van Dartel is directeur van de Katholieke Vereniging voor Oecumene Athanasius & Willibrord.

Dit bericht werd geplaatst in nieuwsbrief  Het goede leven. op 15 augustus 2017.

Berichtnavigatie




bron: Het goede leven uitgave: 15 aug 2017
bericht nr. 19043 :  geplaatst op 15-08-2017 en 58 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken