TERUG
Geestelijke verzorging
Geestelijke verzorging nieuwe stijl
Org.Nederland
Geestelijke verzorging nieuwe stijl
Het Medisch Centrum Leeuwarden, MCL, is als ziekenhuis een 24-uursbedrijf.
Achter de schermen, en veelal in stilte, is er het werk van de afdeling Geestelijke Verzorging.
Afdelingshoofd Jan Willem Uringa vertelt hoe dat terrein volop in beweging is.


Lodewijk Born

Uringa is sinds 2012 in dienst bij MCL. Hij is 34 jaar en kwam bijna vijf jaar geleden, eigenlijk toevallig, in Leeuwarden terecht. ,,Ik kwam net van de universiteit in Kampen waar ik theologie studeerde. Predikant ging ik niet worden, maar wat dan wel? Toen zag ik de advertentie staan voor een parttime baan als geestelijk verzorger hier in Leeuwarden.” Geestelijk verzorger, hij had er naar eigen zeggen nog nooit van gehoord. ,,Op de opleiding was het amper aan bod gekomen. Ik ging de sollicitatieprocedure in met het idee: het kan nooit verkeerd zijn om wat ervaring op te doen in het solliciteren. Maar van de dertig sollicitanten kreeg hij de benoeming. Hij voelde zich direct als een vis in het water, ook omdat hij veel vertrouwen kreeg van zijn collega’s.

Door enkele veranderingen binnen het team werd hij enkele jaren later al Afdelingshoofd Geestelijke Verzorging. Er zijn in het Leeuwarder ziekenhuis vijf geestelijk verzorgers, deel parttime, werkzaam: René van Doremalen, Rinske Nijendijk-Cnossen, Joep van de Geer, Jan Willem Uringa en sinds kort Taeke Hoekstra. Alle vijf zijn beschikbaar en bekwaam om mensen van allerlei achtergronden te begeleiden. Sinds vorig jaar is de dienst Geestelijke Verzorging samen met medisch maatschappelijk werk en creatieve therapie ondergebracht in één centrum. Uringa is daar de leidinggevende van.

Nieuw speelveld

Wanneer door de buitenwacht naar de geestelijk verzorger wordt gekeken, bestaat er nog het oude beeld van vroeger, stelt Uringa vast. ,,Dat van een dominee die aan het bed komt en een bemoedigend woord heeft vanuit de Bijbel.” Het is echter 2017 en er is sprake van een heel ander speelveld als het gaat om kerk, geloof en spiritualiteit. ,,Van de mensen die wij spreken is 20 tot 25 procent gelovig. Het aantal dat kerks is heeft vaak hun eigen predikant.”

Deze nieuwe situatie van (on)gelovig-zijn zegt echter niets over hun levensinspiratie, hun spiritualiteit, meent Uringa. ,,En juist dat laatste is de expertise van de geestelijk verzorger. In het ziekenhuis werkt men over het algemeen probleemgeoriënteerd. Gelukkig maar, want als je heup versleten is levert dat ook echt problemen op. Maar de benadering van de geestelijk verzorger is juist waardegeoriënteerd. Wie ben je? Wat beweegt je in het leven? Wij willen in onze zorg meegaan in die gelaagde vragen. Die komen vaak in situaties van kwetsbaarheid naar boven.”

Bij een ziekenhuisopname wordt bij het invullen van de vragenlijst voor de intake al gewezen op de mogelijkheid om een beroep te doen op een geestelijk verzorger. Op verschillende manieren worden Uringa en zijn collega’s ingezet. ,,We kunnen actief benaderd worden, op verzoek van een patiënt zelf, of via een arts/verpleegkundige, maar ook doordat we in het Multidisciplinair Overleg (MDO) horen dat het goed zou zijn dat er een keer een geestelijk verzorger langsgaat. Er zijn in het ziekenhuis zeventien afdelingen waarvan de meeste zo’n overleg hebben. De Geestelijke Verzorging zit bij overleggen van de acute afdelingen, zoals cardiologie, neurologie en oncologie.”

De Geestelijke Verzorging ziet per jaar ongeveer twaalfhonderd unieke patiënten. ,,Was vroeger openlijk praten over seksualiteit en je geaardheid het grote taboe, nu is dat geloof en religie in het algemeen. Daar beginnen mensen niet zomaar meer over – zelfs in het elektronisch patiëntendossier wordt dit niet meer expliciet genoemd. Ook omdat velen het achter zich gelaten hebben. Let wel: we hebben inmiddels al te maken met een dérde generatie op dit terrein. Wat wij van belang vinden is om, vanuit de spiritualiteit die er altijd is, met patiënten mee te gaan in het ontdekken van de krachtbron van hun bestaan. Zonder oordeel, vanuit een houding van het present zijn. Als iemand de diagnose kanker te horen heeft gekregen en er geen genezing meer mogelijk is en dan zegt ‘ik kan dus de caravan wel verkopen..’ gaat zo’n opmerking veel dieper. Het gaat om een stuk verlies, een ander perspectief, verlies van vrijheid, de dood. Die vragen staan los van gelovig zijn of niet.”

Vastlopen

Het team Geestelijke Verzorging werkt op drie niveaus in de organisatie van MCL. Voor de patiënten en de naasten, voor de medewerkers en de organisatie in brede zin. ,,We zijn er dus ook voor het personeel. Als je bijvoorbeeld zelf net privé een sterfgeval hebt meegemaakt in je omgeving en dan ineens in je werk meemaakt dat een patiënt overlijdt, kan dat heel confronterend zijn. Als er binnen onze organisatie mensen komen te overlijden, richten we in het stiltecentrum een gedenkplek in waar personeel een kaarsje kan branden of iets in een gedenkboek kan schrijven.” Ook bij situaties waarin men even vastloopt kan ondersteuning van de geestelijke verzorging gevraagd worden. ,,Je kunt naar de Arbo-arts gaan, maar sommigen vinden het prettig om een keer met iemand te praten zonder dat dit direct in een dossier staat.”

Uringa vertelt hoe MCL eraan werkt om de status van een topklinisch ziekenhuis te verkrijgen. ,,De ambitie is om landelijk bij de beste drie te komen. Daarvoor moet je top zijn als het gaat om excellente patiëntenzorg, opleiding, onderzoek, onderwijs en goed werkgeverschap. Als Geestelijke Verzorging werken wij met dezelfde doelen.” Zo draagt hij als hoofd de visie uit dat elke zorgverlener met aandacht voor alle dimensies van het mens-zijn de ander benadert in het contact. Dus inclusief het terrein van zingeving/spiritualiteit. ,,Van verpleegkundigen en artsen verwachten we dat zij ook begeleiding kunnen bieden, of op zijn minst goed hierop inspelen, als het aspect van zingeving en spiritualiteit ter sprake komt.”

Elke coassistent – oftewel geneeskundestudent – is verplicht om lessen ethiek te volgen die intern gegeven worden door geestelijk verzorger René van Doremalen. Daarnaast worden door de Geestelijke Verzorging symposia en studiedagen georganiseerd over actuele zingevings- en zorgthema’s. Sinds enige tijd is de Commissie Ethiek – die enige jaren een slapend bestaan leidde – weer nieuw leven ingeblazen. Met discussies over orgaandonatie, een zelfgekozen levenseinde, maar ook hoe ver je mag gaan in wel of niet behandelen. Uringa vindt het belangrijk dat vragen over moraliteit als een soort dna in de hele ziekenhuisorganisatie zitten. Hij is dan ook erg blij met het Moreel Beraad dat zoveel mogelijk regulier op de afdelingen gehouden wordt. ,,Aan de hand van een casus die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden bespreken we dan de verschillende manieren hoe je ernaar zou kunnen kijken. Het gaat er dan niet om of iets goed of fout is gegaan. We gaan een laag dieper. Hoe voelt bijvoorbeeld een verpleegkundige zich als die nóg een keer een chemokuur moet begeleiden terwijl eigenlijk al duidelijk is dat die de patiënt niet meer gaat helpen? Wat doe je als je met familie te maken hebt die op de stoel van de patiënt gaat zitten als het gaat om het nemen van beslissingen? Of hoe ga je om met de lastige patiënt die wel erg veeleisend is en je als zorgverlener claimt?”

Spoedeisende hulp

De expertisegerichtheid van de dienst Geestelijke Verzorging uit zich ook in de bereikbaarheidsdienst. Zeven dagen per week en 24 uur per dag zijn ze beschikbaar voor ondersteuning in het ziekenhuis. ,,We moeten allemaal binnen een half uur in het ziekenhuis kunnen zijn.” Dat heeft mede te maken met het feit dat de geestelijke verzorgers ook bij de afdeling Spoedeisende Hulp worden ingezet als er sprake is van levensbedreigende situaties. ,,Stel dat iemand een ernstige hersenbloeding heeft of gereanimeerd moet worden en het niet duidelijk is of de patiënt het gaat redden, dan vangen wij de naasten of familie op.” Dat gebeurt ter plaatse, in de traumakamer, waar met man en macht geprobeerd wordt iemands leven te redden. ,,Wij kunnen dan rustig uitleggen wat er gebeurt en waar de artsen mee bezig zijn. Als naaste zit je in zó’n piek van emoties dat het heel belangrijk is dat je gezien wordt, dat je je gevoelens van onmacht bij iemand kwijt kunt.” Desgewenst kan deze vorm van bijstand ook plaatsvinden in een familiekamer iets verderop. ,,Uit onderzoeken blijkt dat voor de verwerking het zeer belangrijk is dat er direct bij een dergelijke traumatische gebeurtenis geestelijke bijstand is.”

Uringa vertelt dat de werkwijze in Leeuwarden inmiddels zo succesvol is dat ook andere ziekenhuizen in het land dit over willen nemen. ,,Ik weet het van Utrecht en Hoorn. Andere artsen horen erover op congressen. In MCL willen ze ook niet meer zonder, de artsen gaan er gewoon van uit dat wij er bij deze crisissituaties zijn.” Het levert namelijk enorm veel op – ook in de nazorg en goodwill. ,,Voorheen klaagden velen: we kregen geen informatie. Nu horen we terug dat mensen zo blij waren met de aanwezig van iemand op het moment dat ze dat zó nodig hadden.” Bedankkaartjes en brieven zijn daarvan het bewijs.

Breedte

Uringa bepleit dat het belangrijk is om als geestelijk verzorger je eigen spirituele bronnen goed te kennen. Hij is zelf lid van vrijgemaakte kerk De Morgenster in Leeuwarden. Het werk is intensief, vertelt Uringa, maar hij kan het op de parkeerplaats ook weer achter zich laten. Als ontspanning houdt hij zich met zijn zwagers bezig met bierbrouwen. Mee naar huis neemt hij vooral verrijkende ervaringen die hij heeft opgedaan. Het werk voedt hem ook namelijk. ,,Ik kom uit een Artikel 31-gezin. De kerk zat erg aan de strenge rechterflank qua geloven, maar mijn vader werkte bij het linkse CNV. Mijn ouders waren altijd positief kritisch: in tegenstelling tot in de kerk mocht alles thuis bevraagd worden. Om me tot beide goed te verhouden was (en is) wel eens een worsteling. Via MCL ontdekte ik dat ik me erg thuisvoel in de breedte van de kerk. Ik waardeer en wortel nog altijd in de traditie waarin ik ben opgegroeid, maar zie ook al het andere goede nu.”

,,Ik voel me bevoorrecht dat ik dit werk mag doen en hou daarbij altijd de boodschap van Gods genade voor ogen. Het gaat erom de ander tegemoet te treden zonder een oordeel te hebben, want wie zijn wij om de ander te (ver)oordelen? Elk mens heeft recht op liefde en aandacht. Dat is het mooie en wrange van genade, dat is er zowel voor slachtoffers als voor daders. Het enige wat ik hoef te doen, is er te zijn.”

Geestelijke verzorging: het is binnen de zorg een tak van sport die stevig onder druk staat. Menig verpleeginstelling en ziekenhuis bezuinigde de afgelopen jaren heel wat fte’s weg. ,,Dat is de trend. Er komt nog steeds niets bij…” Uringa heeft er zelfs begrip voor. Hij schreef diverse adviesrapporten voor zorginstellingen. ,,Geestelijke gezondheidszorg is overhead, extra onbetaalde zorg. Ook bij ons. In een DBC (diagnose-behandelcombinatie) staat niet dat je zoveel keer een gesprek met de geestelijk verzorger vergoed krijgt, zoals bijvoorbeeld met fysiotherapie gebeurt. Wij moeten dus steeds duidelijk maken wat de meerwaarde van ons werk is.”

Onmisbaarheid

Voor zijn adviezen sprak hij een keer met een collega die vertelde dat hij als geestelijk verzorger met elke nieuwe patiënt die de instelling binnenkwam ‘ging koffiedrinken’. ,,Daaraan ontleende hij zijn onmisbaarheid. Daar mocht je niet aankomen. Hij wilde het liefst zijn eigen, goddelijke gang blijven gaan om het maar recht voor zijn raap te zeggen. Ik was er zelf duidelijk in: als het hierbij blijft hoef je morgen niet meer te komen.” Feitelijk krijgen directies en raden van bestuur een stok om mee te slaan in handen, bezuinigingen door te voeren, omdat ze zeggen dat ‘een vrijwilliger dat ook wel kan’. ,,Eigenlijk doe je als geestelijk verzorger heel wat anders op dat moment: je gaat met iemand mee in een proces van het loslaten van zelfstandigheid, een verliessituatie een plek geven. Op zoek naar nieuwe betekenis in een andere woonsituatie. Dát is waarom geestelijke verzorging onmisbaar is.”

Met zijn drie teams werkt hij nu aan iets nieuws voor de ziekenhuisorganisatie. ,,We willen een gericht aanbod samenstellen waarop de verschillende afdelingen zeggen: dát willen wij afnemen voor de komende periode.” Dat kan gaan om iets uit het aanbod van creatieve therapie, maar ook toerusting op het gebied van zingevingsvraagstukken. ,,Dit is het nieuwe denken en dan kunnen managers en zorgverzekeraars ook zien dat het wel degelijk wat uitmaakt of er wel of geen geestelijke verzorging is.”

Het werk van de geestelijk verzorgers is nog altijd tweedelijnszorg. Vaak ook naast de bezoeken die de eigen pastores afleggen bij hun gemeenteleden. ,,Dominees en pastores zijn daar trouw in. Dat hoort echt bij Fryslân en het Noorden.” In MCL hebben ze geen geestelijk verzorgers met een niet-christelijke achtergrond. ,,Daarvoor zijn religies als de islam in onze provincie te klein. Wel hebben we contact met de moskeevereniging en kunnen patiënten een beroep doen op een imam.” Bij ziekenzalving of de laatste sacramenten wordt getracht om de eigen pastoor in te schakelen. ,,En soms doen we het ook zelf, als het niet anders kan.”

Stiltecentrum

Uringa laat het stiltecentrum zien dat op de eerste verdieping van het ziekenhuis is gevestigd. De trap rechts van de infobalie en dan op de eerste verdieping meteen links. ,,Hier zijn elke dag mensen.” Bijvoorbeeld islamitische medewerkers of patiënten die de ruimte gebruiken voor hun gebedsmomenten. Anderen steken een kaarsje aan of schrijven een gebedsintentie in het gebedenboek. Eens per jaar, parallel aan het eind van het kerkelijk jaar, is er een herdenkingsbijeenkomst voor mensen van wie een dierbare in het ziekenhuis is overleden. Tientallen steentjes met namen liggen er als herinnering. ,,Velen komen ook door het jaar heen naar deze stilteruimte.”

Even verderop is het grote Abe Bonnema-auditorium waar wekelijks een oecumenische kerkdienst is. Het is voor het ziekenhuis absoluut geen vraag of deze diensten blijven bestaan. ,,Als wij zien dat er gemiddeld zeventig patiënten per week komen, dan is dat wel duidelijk.” Vrijwilligers gaan op vrijdag en zaterdag langs de kamers met de liturgieën. Op zondag worden patiënten in rolstoelen en op bedden naar de dienst gereden. ,,Je hebt natuurlijk steeds meer andere mogelijkheden. Je kunt Hour of Power kijken, Nederland Zingt of zelfs de dienst van je eigen parochie of gemeente streamen op je kamer, maar velen willen toch het liefst samen zijn en zo een viering beleven. Verbondenheid met elkaar beleven.” Iets wat we in de samenleving steeds meer missen, volgens Uringa. ,,En het is prachtig om in die diensten voor te gaan. Een ziekenhuis is een plek waar het evangelie ertoe doet.”.


bron: Het goede leven uitgave: 31 jan 2017
bericht nr. 18457 :  geplaatst op 31-01-2017 en 160 maal gelezen


Gerelateerde berichten


Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken